MARATHON GENT – RACEVERSLAG

Fitcue_Gent_raceverslag

Op 18 april 2021 liep ik de Sofico marathon van Gent (België). Deze marathon was Corona-proof georganiseerd. Het was een bewegwijzerde marathon, welke je solo kon lopen. Wel kreeg je een BIB-nummer met chip thuisgestuurd, zodat je tijd werd gemeten. 

PLAFONDDIENST
Gedurende de nacht word ik meerdere keren wakker. Uiteindelijk lig ik naar het plafond te staren. Het zal vast wel tijd zijn om op te staan, dus ik besluit op de klok te kijken. 2.00 uur. Shit. Dan toch nog maar een poging wagen om te slapen. Uiteindelijk doezel ik weer in, maar erg vast slaap ik niet meer. Om 5.20 ben ik het zat en sta ik op. Ik besluit het laatste bietensapje maar meteen achterover te gooien. Brr. Hebben we dat ook maar meteen gehad. De beet it shotjes ga ik in ieder geval niet missen de komende tijd.

Om 6 uur wordt mijn ontbijt gebracht. De baliemedewerkster van het hotel heeft geregeld dat dat eerder kon. Super lief. De brenger (kok?) wenst me succes en zegt dat hij een banaantje bij mijn ontbijt heeft gedaan. Ik glimlach, en zeg dank je wel. Ik vind bananen verschrikkelijk vies, maar ik waardeer de moeite enorm. Uiteindelijk zet ik het grootste gedeelte van het ontbijt in mijn koelkastje, want op een chocoladebroodje loop ik toch echt niet lekker. Zelf heb ik witte boterhammen en jam meegenomen (just in case). Werkt altijd.

SHORTS OF CROPPED?
Ik kijk naar buiten. Sluierbewolking, een zonnetje. En klein windje. 3 graden. Die temperatuur is (nog) aan de frisse kant, dus ik twijfel (wel een uur lang). Een crop, of toch een shorts. Uiteindelijk haalt een supporter me via Instagram over de streep. Shorts it is. Stick to te plan. (Dank je wel Enrico!) Echt, die runnerscommunity is fantastisch.

Na het ontbijt wandel ik maar heen en weer op mijn hotelkamer. Even die benen en dat lijf wakker laten worden. Vervolgens rol in mijn benen los op m’n foamroller, en doe wat stretchoefeningen. M’n rechter bilspier zit nét niet helemaal lekker, maar het is niet dramatisch. Hopelijk trekt het weg. En dan, is het tijd om te gaan.

GEEN WEG MEER TERUG
Gisteren besloot ik vrij last minute om toch met de auto naar de start te rijden. Zo hoef ik niet onnodig zaken mee te slepen. Ook mijn telefoon laat ik in de auto liggen, maar het is wel zo fijn als je die na de start snel bij de hand hebt. Vervolgens jog ik wat op en neer, en doe wat lichte loopscholing. Ik kijk naar de start. Er is niemand. Geen startschot, geen aanmoediger. Het is toch echt een beetje zielig. Ik denk nog even: ‘ga ik dit echt doen? Ga ik echt 42,2 km in m’n uppie lopen?’ Ja dus. Ik leg m’n oude trui (die ik ook makkelijk in de auto had kunnen leggen, 400 meter verderop) op een container. Misschien kan ik er zo nog iemand blij mee maken. Ach; het hoort er toch ook een beetje bij, oude kleding ‘doneren’ bij de start. Ik loop naar de ‘start’. Ik zie geen tijdsregistratie mat. Vreemd. Kijk ik daar dan overheen? Het zal wel. Ik haal een paar keer diep adem. Tijd om te gaan. Er is nu geen weg meer terug. Ik druk mijn horloge in op de startlijn (van stoepkrijt), om hem vervolgens na 50 meter weer uit te drukken. Om het hoekje spot ik de mat. Daar druk ik mijn horloge weer aan. Ik denk nog: die 50 meter trekt zich ergens wel weer recht. Gha. Wist ik veel!

Ik start natuurlijk véél te hard, dus ik stel snel mijn tempo bij. Mijn plan is om te proberen een héle kleine negatieve split te lopen. De eerste 2 kilometers kom ik íetwat te snel door, maar daar ben ik niet ontevreden mee. Het begin van de route is mooi. Een enkele keer met een wegovergang, waar op dat moment (gelukkig) geen verkeer op komt. Op sommige punten in het begin staan verkeersregelaars die auto’s tegenhouden. Top hoor.

DE EERSTE TWIJFEL
Ik loop ergens op een viaduct. Voor mij zie ik een andere loper, die via een bocht aan mijn rechterkant voor mij invoegt. Ik kijk naar rechts, en zie daar een natuurgebied. Heel even slaat er een twijfel toe, vooral ook omdat er met krijt wat pijlen op de grond staan. Kom ik daar zo dan ook terecht? Op kilometer 5 begint de volgende verwarring, want ineens staat daar een verzorgingspost. Huh? Die staat toch op 7 kilometer? Die posten heb ik zelfs nog op mijn hand geschreven. Foutje van de organisatie? Snel pluk ik een beker mee, steek daar mijn rietje in (jup; ik neem rietjes mee, want ik kan anders écht niet drinken) en klok het drinken weg. En door!

Heel veel tijd om na te denken heb ik niet, want de route leidt naar een park. Shit. Onverhard. Ik wist dat deze stukken in de route zouden zitten. Ik ben een mens van asfalt, en mijn alphafly’s gaan nou eenmaal ook lekkerder op asfalt. M’n GPS lijkt het er ook wat lastig mee te hebben, want tijdens het lopen geeft mijn horloge aan dat ik ‘achter’ loop op schema. De rondetijden zijn echter best on point. Ergens kom ik een bord tegen van 10 kilometer. Mijn horloge zoemt: 8 kilometer. Dan begint het besef een beetje te komen. Ergens klopt er iets niet. Ik denk nog: ‘misschien is het de markering van de halve marathonroute’.

MIND YOUR STEP
De route vervolgt zich. Door het park, op (heel veel) klinkers en op onverharde stukken. Ik heb een enkel die snel zwikt, dus ik moet op die stukken m’n best doen om te kijken waar ik m’n voeten neerzet, m’n pace in de gaten houden én ondertussen de marathonbordjes proberen te spotten. BIJNA mis ik (weer) een afslag, totdat ik in m’n linker ooghoek een bordje (verscholen) zie hangen. Ik weet mijn pace te behouden, maar ik merk dat dit terrein me veel energie kost. En, hoewel er weinig wind staat, irriteert deze me in al die open vlaktes wel. En dat bord van 10 kilometer (en later 15/13) blijft me niet lekker zitten.

De volgende verzorgingspost (heel welkom) staat op 23 kilometer, maar mijn horloge geeft 21 kilometer aan. Mijn hart zit nu toch wel enigszins in mijn keel. Maar ja, ik ga ook niet stoppen om het te vragen.

DE HAMER SLAAT TOE
En dan komt het bord: 25 kilometer. Mijn horloge zoemt: 23 kilometer. En dan weet ik het écht zeker, en zakt de moed me in m’n alphyfly’s. Op de route van de halve marathon kan écht geen bord van 25 kilometer staan. Dat bord betekent dat ik 2 kilometer mis. Ik heb ergens een bordje gemist. Er gaat echt van alles door mijn hoofd. Wáár ben ik de mist in gegaan? Was het op dat viaduct? (Later blijkt van niet). Kan ik érgens die 2 kilometer inhalen? Hoe dan? Of, mist mijn horloge soms een stuk? (Nee).

Eigenlijk wil ik uitstappen. Ik ben boos. Ik wil janken, maar ik wil deze rit ook uitlopen. Ik ben niet voor niets hier. En uitstappen? En dan? Teruglopen? Er is niet bepaald een bezemwagen en die telefoon heb ik wijselijk in de auto laten liggen. En wie wil ik bellen dan? Ter plekke, vanaf dat 25/23 moment lijken mijn benen leeg te lopen. Ik besluit mijn tempo te laten zakken. Het heeft geen zin om mijn lijf zó onder spanning te zetten als dat PR geen echt PR is. Die gemiste 2 kilometer kan ik niet inhalen, want ik ken de weg niet en teruglopen ga ik ook niet meer doen. Ik besluit op 3.40 tempo te gaan lopen (waarvan ik dacht dat dit 5.17 was, maar 5.13 bleek te zijn). Ik voel de energie uit mijn benen vertrekken en ik weet dat dit een hele zware verdere rit gaat worden.

KNIEËN OMHOOG, SCHOUDERS RECHT
Ik heb dorst. Hoezo slechts 3 verzorgingsposten? Wie bedenkt dat? Mijn gelletjes slepen me erdoorheen, maar desondanks heb ik het zwaar. Mijn rondetijden zakken verder af maar ik heb ook geen zin, puf en energie meer om te proberen dat tempo omhoog te krijgen. Ik probeer alleen mijn hoofd maar op standje positief te krijgen. ‘Kom op Dag. Je gaat deze uitlopen. Over een paar uur ben je alweer thuis. Straks kun je met je neefje knuffelen en ben je dit alweer vergeten. Je neefje maakt het geen (rode) biet uit hoever jij gelopen hebt. Kom op: knieën omhoog, schouders recht. Op techniek lopen’.

SURPRISE!
Op ongeveer 31 kilometer (29) zie ik een eenzame supporter. Hij heeft een klapstoeltje bij zich en steekt een lichtkanon (noem je dat zo?) af. Ik denk dat er mensen achter me moeten lopen voor wie hij dit doet, maar ik heb de puf niet om achterom te kijken. Als ik dichterbij kom hoor ik hem roepen: ‘heeeey, huuup, huup’. Als ik op een meter afstand ben ontstaat er een nog grotere mindfuck. Dat is mijn partner?! Ik roep naar hem: ‘WAT DOE JIJ HIER?’ En: ‘HET PARCOURS KLOPT NIET!’ Maar dan ben ik hem voorbij. Ik snap er niks van. Het ding van een marathon is: je kan niet even stoppen om een praatje te maken en, in dit geval, dingen op te helderen. Dus. Ik loop door, en kijk nog even achterom. Ik denk nog: ‘Ik heb dorst. Had me dan op z’n minst iets te drinken aangegeven. Eikel’. Later blijkt dat mijn partner 2 flesjes water bij zich had, maar hij deze ook compleet vergeten was. Vanaf dat moment ging het eigenlijk echt niet meer. Ik wilde huilen, maar ik wilde ook door.

DE LAATSTE (LOODZWARE) LOODJES
Op 37 (35) kilometer staat dan (eindelijk) de laatste verzorgingspost. Ik ben kotsmisselijk van de gelletjes, en ik ga voor water, want nóg meer zoete troep krijg ik er echt niet meer bij. Ik stop zelfs even om de beker leeg te drinken. En stoppen, al is het voor drinken, is voor mij normaliter een no go.

De laatste 5 kilometer waren een hel. Ik snap ook niet hoe ik mijn rondetijden überhaupt nog onder de 6.00 heb kunnen lopen. Vlak daarna gaat de route een viaduct op. Ik kán niet meer. Ook mijn bilspier doet pijn bij iedere stap die ik zet. Mijn tenen drukken tegen mijn schoenen.

DE ALLERLAATSTE KILOMETER (OP 2 KILOMETER NA)
En toch komt, na lang strijden, de laatste kilometer in zicht. Ik besluit alles op alles te zetten en in de laatste 200 meter een versnelling in te zetten. Gewoon, omdat dat erbij hoort. Maar dan blijkt dat de láátste loodjes een GRINDPAD blijkt te zijn. KIEZELS?! Daar valt geen vaart op te maken. Met mijn laatste beetje energie hakkel ik de finish (3.28.32/39,9km) over. Een grote mascotte die mij wuivend een high five wil geven, zíe ik niet eens. (Het heeft wel een leuk filmpje opgeleverd). Het zit erop. Eindelijk. En nu wil ik naar huis. En ik heb dorst.

THE DAY AFTER
Nu, een dag later is het best een zure appel. Want het voelt niet alsof ik een marathon heb gelopen. Je gaat voor die afstand van 42,2. En niet voor (zoals mijn horloge aangeeft) 39,9. Aan de andere kant weet ik dat het soms incasseren is. Sometimes you win, and sometimes you lose.

Aan de andere kant was het een mooie kans om weer te lopen. Inmiddels weet ik ook dat ik een PR gelopen had, als ik die verdomde 2 kilometer niet gemist had. Zelfs al had ik die 2 kilometer in 6.00 gelopen, dan nog was het een PR geweest.

België laat zien dat je best iets coronaproof kan organiseren als het om sport gaat. Vanaf dit punt gaan we weer werken, en hopelijk loop ik dan (dit jaar) dat oude PR van 1.43.16 (2019) aan flarden. The day after voelen mijn benen eigenlijk best prima, op een geïrriteerde bilspier na, die na een rondje fietsen alweer een stuk minder is. Ik kan me nu niet meer voorstellen dat die benen gisteren zó zwaar aanvoelden. Maar, zoals mijn Insta-supporter zei: ‘er gebeuren gekke dingen vanaf 30 kilometer’. Gisteren liepen de topatleten de NN Mission Marathon. Frank Futselaar moest uitstappen. ‘De marathon is hard’, zei hij. En zo is het ook.

SIDENOTE:
Voor iedereen die het zich afvraagt. Ja, ik ben naar België gereisd ondanks het negatief reisadvies. Ik ben minder dan 48 uur in België geweest, en ben alleen gegaan. Daarom hoef ik niet in quarantaine. Ik heb voorafgaand een coronatest gedaan en ben gevaccineerd. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>